Title
Haalbaarheidsstudie biotanormen voor gevaarlijke stoffen : onderbouwing meetstrategie voor de toetsing van biotanormen : eindrapport
Author
Faculty/Department
Faculty of Sciences. Biology
Publication type
report
Publication
Antwerpen :Universiteit Antwerpen, [*]
Subject
Biology
Volume/pages
94 p.,
Carrier
E
Target language
Dutch (dut)
Affiliation
University of Antwerp
Abstract
Ter bescherming van het aquatische milieu stelde de Europese commissie (EC) in 2008 een lijst op van 33 prioritaire stoffen waarvoor een milieukwaliteitsnorm werd afgeleid. Bepaalde stoffen zijn echter door hun hydrofobe eigenschappen slecht meetbaar in water en zullen eerder binden aan de waterbodem of zich opstapelen in organismen. Voor deze polluenten kan het raadzaam zijn om concentraties te gaan meten in weefsel in plaats van in water. De huidige studie ging na in welke mate bioaccumulatie kan gebruikt worden voor de monitoring en risico-evaluatie van Vlaamse inlandse waterlopen. Enerzijds stelde de EC drie biotanormen op voor de bescherming van toppredatoren tegen secundaire vergiftiging (methylkwik, hexachloorbenzeen en hexachloorbutadieen) en laat het de lidstaten de keuze om voor de overige prioritaire lipofiele stoffen ofwel biotanormen ofwel normen in water, met eenzelfde beschermingsniveau, op te stellen. Anderzijds wordt er van de lidstaten verwacht dat polluent concentraties in de tijd worden opgevolgd. Verschillende Europese lidstaten en regios bereiden momenteel de start van een bioaccumulatie meetnet voor (vb. Wallonië en Oostenrijk) of beschikken reeds over een bestaand meetnet (vb. Nederland en Schotland). Zowel vis (o.a. paling; passief) als macro-invertebraten (o.a. driehoeksmossel; actief) worden hierbij als biomonitor gebruikt. Als alternatief voor de bedreigde paling kan blankvoorn en riviergrondel worden gebruikt. Een beslissingstabel voor de keuze van een geschikt organisme voor bioaccumulatie monitoring op basis van het beoogde beschermingsdoel, de geografische spreiding en het trofische niveau werd in deze studie opgesteld. Suggesties betreffende een efficiënte meetstrategie voor een accumulatie meetnet conform de richtlijnen van de EC werden geformuleerd aan de hand van adviezen rond de keuze van biomonitor, meetplaatsen, meetfrequentie, enz... Bijkomend werd een projectvoorstel geschreven waarbij verschillende potentiële monitoring organismen/methoden naast elkaar worden vergeleken. Siliconen rubber passieve samplers (PS) lijken een veelbelovende techniek voor de bemonstering en analyse van lipofiele polluenten en hebben verschillende voordelen ten opzichte van biota monitoring. Momenteel kunnen deze samplers enkel worden ingezet voor de routine biomonitoring van PAKs en PCBs. Hierdoor is het momenteel niet mogelijk om PS te gebruiken voor de analyse van alle door Europa voorgestelde prioritaire hydrofobe stoffen. Op basis van de huidige literatuurstudie kan Vlaanderen starten met een voorlopig bioaccumulatiemeetnet waarbij in een eerste fase passieve biomonitoring door bemonstering en analyse van blankvoorn en/of riviergrondel wordt uitgevoerd. In een volgend stadium kunnen de resultaten en gevolgde meetstrategie geëvalueerd worden en bijgestuurd waar nodig. Op deze manier kan aan de Europese vraag worden voldaan en kan een bioaccumulatiemeetnet worden opgestart op een wetenschappelijk onderbouwde manier.
Handle