Title
De relatie tussen representaties van gender en seksualiteit in De Groene Amsterdammer sinds 1911 De relatie tussen representaties van gender en seksualiteit in De Groene Amsterdammer sinds 1911
Author
Faculty/Department
Faculty of Arts. Linguistics and Literature
Publication type
conferenceObject
Publication
Antwerpen , [*]
Subject
Sociology
Source (book)
Etmaal van de communicatiewetenschap, 2-3 februari 2015
Carrier
E-only publicatie
Target language
Dutch (dut)
Affiliation
University of Antwerp
Abstract
De relatie tussen representaties van gender en seksualiteit in De Groene Amsterdammer sinds 1911 Tim Savenije (Universiteit Antwerpen) Nederland heeft, zeker waar het om homoseksualiteit gaat, de reputatie een uiterst vrijzinnig land te zijn. Het Nederlandse zelfbeeld stemt daarmee overeen. Toch valt tegen die reputatie wel het een en ander in te brengen. Behalve dat de dominantie van die progressieve normen nog maar een tamelijk korte geschiedenis heeft en wordt ingezet om groepen burgers (in het bijzonder moslims) uit te sluiten van de nationale gemeenschap, zijn de opvattingen ook helemaal niet zo onproblematisch insluitend voor homoseksuelen. Want hoewel Nederlanders zich in respons op abstracte stellingen overweldigend homo-accepterend uiten, blijkt zowel uit de antwoorden op concretere stellingen als uit alledaagse interacties dat die acceptatie sterk voorwaardelijk is. Zo geeft consequent ongeveer negentig procent van de Nederlanders aan dat homoseksuelen vrij moeten zijn om hun leven te leiden zoals ze willen, maar leiden genderdeviant gedrag (vrouwen die zich mannelijk gedragen, en vooral mannen die zich vrouwelijk uiten) en manifeste uitingen van homoseksualiteit al snel tot verbale afkeuring, en soms zelfs tot fysiek geweld. Middels een tijdschriftanalyse heb ik de plausibiliteit onderzocht van een theoretisch kader dat deze paradoxale opvattingen begrijpelijk kan maken. Dit op het werk van Pierre Bourdieu en Norbert Elias gebaseerde kader vertrekt vanuit de historische ongelijkheid tussen mannen en vrouwen. Volgens dit kader geeft het machtsoverwicht van mannen hen een grotere controle over de definities van de werkelijkheid. Zo hebben zij aan de mannelijke identiteit een hogere sociale status kunnen verbinden dan aan de vrouwelijke. Bovendien hebben zij kunnen bepalen welk gedrag en dus ook welk seksueel gedrag (namelijk dat gericht op de andere sekse) passend is voor mannen en vrouwen. Het doorbreken van het genderonderscheid door genderdeviant gedrag, waaronder seksueel genderdeviant (homoseksueel) gedrag betekent een aantasting van een onderscheid waaraan mannen materiële en symbolische privileges ontlenen. Zulk gedrag wordt daarom als onacceptabel gedefinieerd. Zodra de machtsongelijkheden tussen mannen en vrouwen echter verminderen, moeten mannen meer rekening houden met de belangen van vrouwen en kunnen zij dus minder eenvoudig hun genderdefinities opleggen. Zo uit verminderde ongelijkheid tussen de seksen zich in minder rigide opvattingen over gender en dus minder expliciete afkeer van homoseksualiteit. De nog altijd bestaande maar subtielere homonegativiteit kan worden begrepen als het effect van de nog altijd bestaande maar subtielere machtsongelijkheden tussen mannen en vrouwen, waardoor gender nog steeds relevant is. Dit kader leidt tot twee veronderstellingen. Ten eerste dat afnemende genderrigiditeit en toenemende aandacht voor het perspectief van vrouwen steeds gepaard gaat met positievere opvattingen over homoseksualiteit en toenemende aandacht voor hun perspectief. Ten tweede dat homoseksualiteit steeds begrepen wordt als genderdeviant. Vertrekkend vanuit dit sociologisch kader, heb ik media-inhoud bestudeerd om zo historische representaties van gender en homoseksualiteit te achterhalen, evenals hun onderlinge samenhang. Meer bepaald heb ik over de periode tussen 1911 en 2002 in het Nederlandse tijdschrift De Groene Amsterdammer de heersende opvattingen over beide onderwerpen onderzocht. De bespreking van homoseksualiteit én gender in De Groene Amsterdammer blijkt op drie momenten opvallend van karakter veranderd: in de jaren 60, in de jaren 70 en in de jaren 2000. Bovendien blijkt dat de auteurs homoseksualiteit gedurende de onderzochte periode doorlopend bespreken in termen van genderdeviantie. Deze laatste bevinding is belangrijk. Immers, wanneer homoseksualiteit op meer of minder gearticuleerd niveau als genderdeviant wordt ervaren, zullen opvattingen over gender invloed hebben op de opvattingen over homoseksualiteit. Meer rigide opvattingen over genderrollen impliceren logischerwijs een sterkere afwijzing van homoseksualiteit (begrepen als vorm van genderdeviantie) dan een minder strikte scheiding van man- en vrouwrollen. Hoewel de opvattingen in De Groene Amsterdammer niet zonder meer kunnen worden geëxtrapoleerd naar de Nederlandse samenleving als geheel, vergroten de resultaten van dit onderzoek wel de plausibiliteit van de stelling dat het doorbreken van man-vrouwrolpatronen een belangrijk onderdeel moet zijn van het bevorderen van homo-acceptatie
Handle