Title
Het verleden herscheppen: de restauratie-ethiek en -praktijk in het negentiende-eeuwse glasatelier Bethune-Verhagen Het verleden herscheppen: de restauratie-ethiek en -praktijk in het negentiende-eeuwse glasatelier Bethune-Verhagen
Author
Faculty/Department
Faculty of Arts. History
Publication type
article
Publication
Nijmegen ,
Subject
Art
History
Source (journal)
Trajecta: tijdschrift voor de geschiedenis van het katholiek leven in de Nederlanden. - Nijmegen
Source (book)
Wedijveren met de middeleeuwen : negentiende-eeuws corporatisme en de restauratiepraktijk in BelgiŽ en Nederland. - Leuven, 2008
Source (series)
Trajecta: tijdschrift voor de geschiedenis van het katholiek leven in de Nederlanden. - Nijmegen; 17: 2
Volume/pages
p. 145-162
ISBN - Hoofdstuk
978-90-814098-0-3
Carrier
E
Target language
Dutch (dut)
Affiliation
University of Antwerp
Abstract
De negentiende eeuw was de eeuw waarin de basis werd gelegd van de actuele monumentenzorg. Het debat omtrent het bewaren en herstellen van het erfgoed kwam op gang, waarop de daad bij het woord werd gevoegd. In het hele verhaal van de negentiende-eeuwse erfgoedzorg in België stonden twee grote partijen tegenover elkaar, elk met hun eigen visie op erfgoedzorg. Eenvoudig gesteld ging het om de academici versus de neogotici, waarbij de neogotici als eersten een lans braken voor een bewustere omgang met erfgoed, gekenmerkt door een meer conserverende behandeling. Daarmee bekritiseerden zij de academici, die veeleer vernieuwend te werk gingen en daardoor veel schade toebrachten aan de monumenten. Na onderzoek van de figuur van Jean-Baptiste Bethune als glazenier (en diens opvolger vanaf 1876, Arthur Verhaegen) kan gesteld worden dat die tegenstelling ook doorwerkte in de glasschilderkunst. De studie van de persoon Bethune en diens restauratieprojecten, persoonlijk archief en bibliotheek brengt een groot gevoel voor de materiële en historische waarde van oude ramen aan het licht. Zijn archeologisch geïnspireerde belangstelling voor het glaspatrimonium maakte van hem een heel andere restaurator dan een Jean-François Pluys of een Jean-Baptiste Capronnier, die academisch waren georiënteerd. In de eerste plaats toont de studie van vier restauratieprojecten van het atelier Bethune-Verhaegen - zijnde de Sint-Valentinuskerk te Kiedrich (1858-71), de Sint-Martinusbasiliek in Halle (1878-86), het kasteel van Rumbeke (ca. 1880-90) en de Jeruzalemkerk te Brugge (1887) - dat Bethune en Verhaegen inderdaad archeologische principes hanteerden. Desondanks was hun respect voor oude glasramen vooral gericht op de middeleeuwen en hadden hun motieven om het middeleeuwse glas te bewaren veel te maken met het religieuze aspect ervan. Wat hun visie op authenticiteit betreft, tonen de auteurs aan dat Bethune en Verhaegen daarin uiteindelijk niet veel verschilden van hun opponenten
Handle